Nieren kunnen door een (nier)ziekte blijvend zijn aangetast en
verder achteruitgaan. Als de nierfunctie voor 60 tot 70 procent is
uitgevallen, is er sprake van chronische nierinsufficiëntie
(insufficiënt = onvoldoende). Dat betekent dat de nieren
onvoldoende in staat zijn om de afvalstoffen te verwijderen uit het
bloed.
Als 90 tot 95 procent van de nier is uitgevallen, is een
niervervangende behandeling noodzakelijk: dialyse of
niertransplantatie.
Belangrijke symptomen die te maken hebben met de achteruitgang
van de nierfunctie zijn:
- Ophoping van afvalstoffen
Dat kan vermoeidheid, gevoelens van algehele malaise en ziek zijn,
jeuk en krampen tot gevolg hebben. Ook vergeetachtigheid,
slapeloosheid, misselijkheid en verminderde eetlust komen vaak
voor. De vatbaarheid voor infecties is hoger.
- Problemen met de vochtbalans
Zowel vochtophoping als uitdroging is mogelijk. Bij vochtophoping
zijn de enkels vaak dik en is het gezicht opgezwollen. Bij
uitdroging: holle ogen, droge mond en droge
slijmvliezen.
-
Hormonale stoornissen
Door een verminderde nierwerking maakt de nier extra hormonen aan.
Hierdoor neemt de bloeddruk toe. Productie van andere hormonen
neemt af. En hierdoor kunnen bloedarmoede en vermoeidheid ontstaan.
Een ander gevolg is botontkalking.
Chronische nierinsufficiëntie is helaas onomkeerbaar. Als de
oorzaak van nierinsufficiëntie duidelijk is, doet de arts er alles
aan om die weg te nemen of zo goed mogelijk te behandelen. De
behandeling is ook gericht op het behoud van de resterende
nierfunctie. De behandeling bestaat uit medicijnen, meestal in
combinatie met:
- Een zout- en eiwitarm dieet.
- Plasmiddelen (diuretica) om de bloeddruk en vochtophoping te
verminderen.
- Fosfaatbindende middelen om een hoog fosfaatgehalte (door
hormonale ontregeling) tegen te gaan, aangevuld met vitamine
D.
- Middelen tegen jeuk.
- Erythropoetine (EPO), een hormoon tegen bloedarmoede.