Cystic Fibrosis (CF) is een ernstige erfelijke ziekte.
Kenmerkend voor deze ziekte is dat de slijmklieren op verschillende
plaatsen in het lichaam te dik zijn en daardoor te taai slijm
maken. Daarom wordt de ziekte ook wel 'taaislijmziekte' genoemd. Op
verschillende plaatsen in het lichaam zitten cellen die vocht
produceren, bijvoorbeeld in luchtwegen, darmen, alvleesklier en
galwegen. In de luchtwegen is dit slijm nodig om stofdeeltjes,
virussen en bacteriën af te voeren. Via vochtproductie worden ook
enzymen - die nodig zijn om vet te verteren - van de alvleesklier
naar de dunne darm gebracht.
Bij mensen met CF is de geproduceerde vloeistof te dik, waardoor
deze zich gaat ophopen in verschillende organen. Hierdoor ontstaan
bijvoorbeeld infecties in de longen en verstoppingen van de
afvoergangen in de alvleesklier en de lever. Als gevolg hiervan
gaan deze organen steeds minder goed functioneren, waardoor
bijvoorbeeld ook maag-darmproblemen kunnen ontstaan. Op latere
leeftijd krijgen CF-patiënten regelmatig leverziekten en/of
diabetes.
Overeenstemming
Onder de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de behandeling
van Cystic Fibrosis in Nederland bestaat overeenstemming over hoe
Cystic Fibrosis het beste behandeld kan worden. Deze behandeling
bestaat voornamelijk uit het voorkomen en bestrijden van
luchtweginfecties met behulp van medicatie en fysiotherapie: het op
peil houden van de algemene conditie door middel van training, het
behandelen van verteringsstoornissen en het op peil houden van de
voedingstoestand.
De tijd die mensen met Cystic Fibrosis per dag nodig hebben voor
hun therapie hangt af van het stadium van de aandoening en kan
oplopen tot een aantal uren per dag.
Wanneer behandeling van de symptomen niet meer goed mogelijk is,
kan voor een aantal mensen transplantatie van de longen een
mogelijkheid zijn. Helaas is het grote tekort aan donororganen nog
steeds de meest beperkende factor voor deze ingreep.