Hartfalen betekent dat de pompfunctie van het hart is
verminderd, waardoor het zuurstofrijke bloed minder goed door het
lichaam wordt gepompt. Hierdoor raakt de patiënt sneller vermoeid
bij inspanning. Ook kan vochtophoping in de longen ontstaan, wat
kortademigheid kan veroorzaken.
Hartfalen kan verder vochtophoping in enkels, benen of buikholte
veroorzaken. Hierdoor ontstaat een vol gevoel in de buik en kunnen
kleren strakker gaan zitten. Verder kan de huid klam en koud
aanvoelen en is het mogelijk dat de patiënt minder moet plassen dan
normaal.
Hartfalen kan verschillende oorzaken hebben:
- afwijkingen aan de kransslagaders
- hoge bloeddruk
- niet goed functionerende hartkleppen
- een onregelmatig hartritme
De behandeling van hartfalen bestaat in de meeste gevallen uit
medicijnen. Verder is het belangrijk dat de patiënt zich houdt aan
de geadviseerde leefregels.
Na het stellen van de diagnose hartfalen en eventueel na een
dotterbehandeling of hartoperatie, krijgt de patiënt van de
cardioloog een verwijzing naar de hartfalenpolikliniek. De
hartfalenverpleegkundige van de polikliniek adviseert en begeleidt
de patiënt en zijn omgeving bij de diverse aspecten van het
hartfalen. De verpleegkundige kan bijvoorbeeld adviseren over eet-
en leefgewoonten of signaleren wanneer een afspraak met de
cardioloog wenselijk is om bijvoorbeeld het medicijngebruik aan te
passen.