Als gevolg van een nierziekte werkt nog maar een gedeelte van de
nieren. Dit deel moet extra hard werken om ook het werk van het
zieke nierweefsel op te vangen. Als 80 procent van de nieren niet
goed meer werkt, betekent dit voor de gezonde 20 procent het einde,
want dit deel werkt dan zo verschrikkelijk hard dat het zichzelf
uiteindelijk ten gronde werkt. En dit heet nierfalen (=
nierinsufficiëntie)
Bij nierfalen is de hoeveelheid afvalstoffen in het lichaam te
groot. Door het nierfalen komen de extra taken van de nier op het
gebied van bloeddruk, bloedaanmaak en kalkhuishouding in de knel.
De patiënt krijgt vaak last van vermoeidheid, slechte eetlust en
slecht slapen.
Bij een nierziekte is in sommige gevallen een verkleuring aan de
urine te zien, maar vaak ook niet. Soms bevat de urine veel eiwit
en schuimt het.
Een veel voorkomend verschijnsel bij nierziekte is een hoge
bloeddruk. Ook komt het soms voor dat er onvoldoende water en zout
uitgescheiden wordt zodat een patiënt dikke enkels of oogleden
krijgt (oedeem).
Een aantal ziekten heeft elders in het lichaam hun oorzaak, maar
kan wel leiden tot een nieraandoening. Denk hierbij aan
suikerziekte (diabetes).
Als het bekend is dat nierfalen de oorzaak is van de klachten wordt
de patiënt voorbereid op dialyse.
Nierziekten die nierfalen (nierinsufficiëntie) kunnen veroorzaken,
zijn:
- Cystenieren
- Nierstenen
- Urineweginfectie
- Niertumoren
- Nefrotisch syndroom
- Chronische nierziekten