Een borstamputatie (ablatio mammae) houdt een verwijdering van
de gehele borst in. De chirurg streeft hiermee naar al het
borstklierweefsel van de aangedane borst te verwijderen. De ribben
blijven bedekt door de borstspier.
Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken. De borstwand is
na de operatie niet altijd glad en kan iets verdikt zijn. Dit kan
zich na een paar maanden herstellen.
Kort na de operatie hoopt zich altijd een hoeveelheid wondvocht op
onder het litteken. Ook dit herstelt zich na enige tijd. De huid
van de borstwand wordt minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Dit
verbetert vaak op den duur. Soms komt het voor dat een deel van de
wond juist extra gevoelig wordt.
Het verwijderde weefsel wordt onderzocht op het laboratorium.