Als gevolg van bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson kunnen
bewegingsstoornissen optreden. Deze stoornissen uiten zich in
stijfheid, trage bewegingen, beven (tremor) en/of
overbeweeglijkheid. Als deze bewegingsstoornissen onvoldoende
behandeld kunnen worden met medicatie of als de medicatie te veel
bijwerkingen geeft, kan diepe hersenstimulatie (Deep Brain
Stimulation) een optie zijn.
Een diepe hersenstimulatie vermindert de bewegingsstoornissen en
de kwaliteit van het leven kan hierdoor toenemen. Bepaalde
dagelijkse activiteiten kunnen weer worden uitgevoerd, er volgt een
betere nachtrust en soms treedt een verbetering op van spreken.
Operatie
Tijdens een operatie wordt een elektrode in een diep gelegen
hersenstructuur geplaatst. Dit gebeurt eerst met behulp van een
test om de precieze locatie te bepalen. Hierbij is de patiënt bij
bewustzijn om de werking van de testelektrode mondeling aan te
geven.
Pas als duidelijk is waar de elektrode geplaatst moet worden,
vindt de definitieve plaatsing plaats onder algehele
anesthesie/verdoving (narcose). Dan worden een verbindingskabel en
een neurostimulator onder de huid geplaatst. Daarna worden een of
meerdere polen van de elektrode geactiveerd, zodat er elektrische
signalen worden afgegeven in het gebied van de hersenen waar de
elektrode is ingebracht. Hierdoor zullen de bewegingsstoornissen
worden onderdrukt.