Insuline is een hormoon dat normaal gesproken vanzelf wordt
aangemaakt in de alvleesklier. Het zorgt ervoor dat de glucose uit
voeding wordt opgenomen door alle lichaamscellen. Deze cellen
hebben glucose nodig als een soort brandstof. Als het lichaam zelf
geen of onvoldoende insuline aanmaakt, wordt er geen glucose
opgenomen door de lichaamscellen. Dit heeft tot gevolg dat het
lichaam niet goed functioneert.
Toedienen insuline
Met het zelf toedienen van insuline wordt de bloedglucose zo
normaal mogelijk gehouden: niet te hoog en niet te laag. Hoe vaak
het lichaam insuline nodig heeft en in welke hoeveelheden, hangt af
van de eigen bloedglucosewaarden en het soort insuline dat wordt
gebruikt. Zo zijn er ultrasnel-, snel-, middellang- en langwerkende
(in snelheid en duur) insulines. Ook zijn er mengvormen.
Insuline moet altijd worden ingespoten. Het kan niet in tabletvorm
worden genomen, omdat het spijsverteringsstelsel het afbreekt. Het
inspuiten kan met behulp van een pen of een pomp.