Een longoperatie kan nodig zijn om verschillende redenen.
Meestal gaat het om longkanker of een uitzaaiing in de long van een
al eerder behandelde kwaadaardigheid elders in het lichaam. Het kan
ook gaan om een hardnekkig ontstekingsproces, een goedaardige
afwijking of een onbegrepen afwijking.
Voorafgaand aan de operatie hebben vaak verschillende onderzoeken
plaatsgevonden. Toch staat de diagnose niet altijd met zekerheid
vast of moet nog verder onderzoek gedaan worden om te kijken of een
longoperatie mogelijk of zinvol is. Het kan zijn dat de chirurg
eerst een kleinere (diagnostische) operatie moet doen.
Diagnostische operaties
Er zijn drie soorten diagnostische operaties. Deze dienen om
verder onderzoek te kunnen verrichten en gebeuren alle onder
algehele narcose:
- Mediastinoscopie: bij deze operatie
wordt weefsel achter het borstbeen rond de luchtpijp bekeken. Uit
de lymfeklieren worden weefselmonsters genomen.
- Mediastinotomie: met hetzelfde doel als bij de
mediastinoscopie, worden via een kleine snede links naast het
borstbeen, tussen de ribben door, weefselmonsters voor onderzoek
genomen.
- Thoracoscopie/VATS: dit is een kijkoperatie, waar met een
kijkbuis, die tussen de ribben door in de borstholte wordt
gebracht, de buitenzijde van de long wordt bekeken. Zo nodig wordt
ook een weefselmonster voor onderzoek genomen