Wanneer een bloedvat door een vernauwing smaller is, dan kan het
bloed minder goed door het bloedvat stromen. Door een metalen
buisje (stent) op de plek van de vernauwing te plaatsen, wordt het
bloedvat opgerekt en kan het bloed weer goed doorstromen.
De behandeling
Voorafgaand aan het plaatsen van een stent worden de bloedvaten
eerst zichtbaar gemaakt door röntgenonderzoek. Door de
interventieradioloog wordt de stent met een soepel metalen draadje
en een speciaal slangetje op de plek van de vernauwing gebracht.
Het buisje rekt het bloedvat op en wordt niet meer weggehaald. Na
het plaatsen van de stent controleert de interventieradioloog met
behulp van röntgenfilmpjes het resultaat.
Lees in de folder hoe de procedure precies in zijn werk gaat.
Stent in combinatie met Dotterbehandeling (PTA)
Een stentplaatsing wordt meestal in combinatie met een percutane
angioplastiek (PTA ofwel dotter) uitgevoerd. Bij de PTA wordt met
behulp van een ballonnetje het bloedvat op de plaats van de
vernauwing opgerekt. Wanneer het balonnetje het bloedvat niet
voldoende wijd maakt, wordt een stent in het bloedvat
geplaatst.
Onderzoek heeft uitgewezen dat in sommige bloedvaten een stent
beter werkt dan een PTA. Een stent is in vrijwel elk bloedvat te
plaatsen.
Soorten stents
Een stent kan in de volgende slagaders worden geplaatst: