Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie). De
operatie gebeurt bijna altijd onder narcose (algehele verdoving).
De gynaecoloog maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 cm in de
onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle
naald in de buikholte. Hierdoor wordt de buik gevuld met
onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de
verschillende organen te zien.
Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde sneetje de
laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een
videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo
zichtbaar op de monitor.
Verklevingen
Bij het vermoeden op het bestaan van verklevingen, worden de
naald en de laparoscoop soms op een andere plaats ingebracht,
bijvoorbeeld onder de ribbenboog. Ook op een paar andere plaatsen,
zoals net boven het schaambeen en de zijkanten van de onderbuik,
worden sneetjes gemaakt. Dit is om operatie-instrumenten in te
kunnen brengen.
Via de vagina en de baarmoederhals brengt de gynaecoloog soms
een instrument in de baarmoederholte om de baarmoeder tijdens de
operatie te bewegen.
Tot slot kan ook in de vagina, achter de baarmoedermond, een
snee gemaakt worden. Hierdoor is het mogelijk bijvoorbeeld een
vergrote eierstok of een vleesboom uit de buikholte te
verwijderen.