Bij een knieprothese wordt de knie vervangen door een
kunstgewricht. Het doel hiervan is de pijn en bewegingsbeperking
weg te nemen. Afhankelijk van de mate van slijtage adviseert de
orthopeed een halve of een hele knieprothese. Bij een halve
knieprothese wordt het versleten gedeelte van de binnenzijde van
het kniegewricht vervangen en bij een hele knieprothese wordt het
versleten gedeelte van de gehele knie vervangen.
De operateur maakt een snee aan de voorkant van de knie van
ongeveer 15 cm. De versleten kraakbeenoppervlakten van het
bovenbeen (femur) en onderbeen (tibia) worden vervangen door
metalen en kunststof delen. De versleten delen worden eerst op maat
gemaakt om de prothese passend te krijgen.
Om het bovenbeendeel van het gewricht wordt een metalen 'kap'
geplaatst. Op het scheenbeen wordt een metalen plaat vastgezet.
Beide delen worden met botcement vastgezet, waardoor de knie direct
na de operatie belast kan worden. Tussen de twee metalen delen
wordt een kunststof (polyethyleen) 'meniscus' geplaatst als
loopvlak. Dit kunststof deel zorgt ervoor dat de boven- en
onderbeendelen optimaal op elkaar passen.
De operatie duur ongeveer 75 minuten. Voor deze operatie is een
opname van 3 tot 4 dagen nodig. Ná de operatie moet circa 6 weken
met krukken of met een rollator worden gelopen.