Normaliter wordt een eicel na de eisprong opgevangen door het
uiteinde (de fimbriae) van de eileider. Vanuit de vagina belanden
de zaadcellen via de baarmoederholte in de eileiders, waar meestal
de bevruchting plaatsvindt.
De bevruchte eicel verplaatst zich na enkele dagen in de
eileider richting de baarmoederholte doordat de spierwand van de
eileider samentrekt en kleine trilharen aan de binnenkant van de
eileider bewegen. Echter, als de eileider is beschadigd of
afgesloten of bedekt door verklevingen, kan dit transport van de
zaadcellen en de (bevruchte) eicel moeilijk(er) of niet
plaatsvinden.
Herstel
Daarom wordt bij een vruchtbaarheidsbevorderende operatie de
opvang en/of het transport van de eicel en de zaadcellen naar en in
de eileider zo goed mogelijk hersteld.
Deze operaties worden niet uitgevoerd bij vrouwen boven de 41
jaar, behalve na een sterilisatie, dan is de leeftijdsgrens 42
jaar.