Het inspuiten van een bepaalde vloeistof in de spatader, die
vervolgens wordt afgedrukt met een steunkous of drukverband, brengt
een reactie in de ader op gang. Deze reactie zorgt ervoor dat de
ader dichtplakt en verschrompelt. Na verloop van tijd verandert de
spatader in een litteken en is deze nauwelijks meer te zien.
Het lijkt dus of de spatader is 'weggespoten'. Het inspuiten van
de vloeistof gebeurt met een heel dun naaldje en vaak zijn meerdere
prikjes nodig.