Bij het bloedstollingsonderzoek worden defecten in de
bloedstolling opgespoord. Dit kan een tekort aan stolactiviteit
zijn, maar ook een verhoogde stollingsneiging van het bloed.
Soms wordt de stolcapaciteit kunstmatig laag gehouden in verband
met het risico op trombose. Ook dan moet het bloed regelmatig
worden gecontroleerd met behulp van een stoltest. Naar aanleiding
van de uitkomst hiervan kan bijvoorbeeld de dosering van medicijnen
worden vastgesteld of aangepast.