Colposcopie betekent letterlijk 'kijken in de schede'. Met een
speciaal instrument, een soort vergrootglas, kijkt de arts naar de
baarmoedermond. De colposcoop vergroot minstens 10 tot 20 keer.
Hiermee kunnen afwijkingen aan de baarmoedermond die met het blote
oog niet te zien zijn, worden opgespoord.
Om het verschil tussen 'gezond' en 'ziek' weefsel duidelijk te
maken, wordt de baarmoedermond gekleurd met een zwakke azijnzuur-
of jodiumoplossing. Bij aanwezigheid van een verdachte plek wordt
vervolgens met een speciaal tangetje een klein stukje weefsel
weggenomen. Dit wordt een biopsie genoemd.
Biopsie
Het wegnemen van een stukje weefsel (biopsie) kan even pijn
doen. Ook kan hierdoor wat bloedverlies optreden. De weggenomen
stukjes weefsel worden vervolgens microscopisch bekeken
(histologisch onderzoek). Dit is nodig om een duidelijker beeld te
krijgen van de afwijkende cellen die bij het uitstrijkje
gesignaleerd zijn. De gevonden afwijkingen van de baarmoederhals
kunnen op de verschillende manieren worden behandeld. Dit ligt aan
de uitslag van het weefselonderzoek.