Bij een holterregistratie registreert een apparaatje gedurende
24 uur het hartritme van de patiënt tijdens zijn dagelijkse
bezigheden. Een holter is een kastje met draden. Deze draden worden
verbonden met elektroden die op de borst zijn geplakt.
Het onderzoek
De patiënt draagt de holter met een riem om zijn middel. Het is
de bedoeling dat de patiënt zijn gewone dagelijkse dingen doet en
het is wenselijk dat er ook enige inspanning wordt verricht.
Eventuele klachten (pijn op de borst, hartkloppingen, duizeligheid
en dergelijke) die de patiënt ervaart tijdens het dragen van de
holter schrijft hij op.
De volgende ochtend levert de patiënt de holter weer in. Een
analist maakt voor de cardioloog een verslag van de registratie en
de beschreven klachten. De cardioloog beoordeelt aan de hand
hiervan of de klachten te maken hebben met stoornissen in het
hartritme.
Uitslag
De patiënt krijgt de uitslag van het onderzoek tijdens het
volgende bezoek aan de cardioloog.