Borstkanker verspreidt zich meestal het eerst naar de
lymfeklieren in de oksel. Daarom is het van belang deze klieren te
onderzoeken. De schildwachtklier is de eerste lymfeklier waar de
lymfe uit het aangetaste gebied terechtkomt. Eventuele uitzaaiing
van borstkanker doet zich bijna altijd het eerst in deze klier
voor.
Om vast te stellen of sprake is van uitzaaiingen in de
lymfeklieren, kan de schildwachtklier tijdens de operatie aan de
borst verwijderd worden. Deze wordt dan nagekeken op de
aanwezigheid van kwaadaardige cellen. Dit gebeurt tijdens de
operatie met een zogenaamd vriescoupe-onderzoek. Daarna wordt het
weefsel ook nog gefixeerd en gekleurd voor definitieve
uitslagen.
Eén dag voor de operatie of op de dag van de operatie krijgt de
patiënt injecties met een radioactieve stof rondom de
borstafwijking. Deze radioactieve stof (eiwit) is nodig om de
schildwachtklier zichtbaar te maken met behulp van een
'gammacamera'.
Tijdens de operatie wordt een blauwe kleurstof in de borst
gespoten, als extra hulpmiddel. De chirurg spoort de
schildwachtklier vervolgens met speciale meetapparatuur
(geigerteller) op. Door de kleurstof is deze klier blauw geworden.
De kleurstof wordt met de urine weer uitgescheiden. Deze is
hierdoor na de operatie een paar keer groen/blauw van kleur.