Een uitstrijkje is een eenvoudig onderzoek om veranderingen in
de cellen van de baarmoedermond en de baarmoederhals op te
sporen.
De cellen van baarmoedermond en baarmoederhals zijn
verschillend. De bekleding van de baarmoedermond bestaat uit platte
'plaveiselcellen'. De bekleding van de baarmoederhalskanaal bestaat
uit smalle en hoge 'cylindercellen'. Het punt waar beide typen
cellen bij elkaar komen, heet overgangszone. Dit is het gebied waar
meestal baarmoederhalskanker ontstaat. Tussen het 15e en 40e
levensjaar bevindt de overgangszone zich iets buiten de opening van
het baarmoederhalskanaal. Boven de 40 jaar trekt de overgangszone
zich een beetje terug in het baarmoederhalskanaal.
Alleen losse cellen
Bij een uitstrijkje worden alleen losse cellen bekeken. Als er
afwijkende cellen zijn, is het niet direct mogelijk precies te
vertellen wat er aan de hand is. Nader weefselonderzoek geeft daar
meer informatie over.
George Papanicolaou heeft het uitstrijkje ontwikkeld. Daarom wordt
het uitstrijkje ook wel Pap-test genoemd. Ook de uitslag van het
onderzoek draagt zijn naam: ingedeeld in Pap 0 tot en met Pap 5,
van normaal tot sterk afwijkend.
De uitslag van het uitstrijkje is na 2 tot 3 weken bekend.