Wie regelmatig klachten heeft van benauwdheid, hoesten en/of
kortademigheid, kan door de behandelend arts verwezen worden naar
een longfunctieafdeling. De keuze voor het soort
longfunctieonderzoek hangt samen met de aard van de klachten of van
het ziektebeeld. Ook een komende operatie kan een reden zijn om een
longfunctieonderzoek te doen.
De longfunctieafdeling bestaat uit een afdeling met moderne
apparatuur, waar de patiënt onder begeleiding van de
longfunctieanalist testen doet. De patiënten moeten in de meeste
gevallen actief meewerken, zodat het best mogelijk resultaat
behaald wordt. De longarts krijgt dan een goed beeld van de
conditie van de longen, wat de arts ondersteunt bij het stellen van
de diagnose en/of adviseren van de behandeling.
Onderzoek
Een longfunctieonderzoek is een onderzoek waarbij een beeld
wordt verkregen van de inhoud, de doorgankelijkheid, de
elasticiteit en de gevoeligheid van de luchtwegen. Bovendien kan
worden vastgesteld door welke stoffen de luchtwegen vernauwen en
welke medicijnen deze vernauwing kunnen opheffen.
De meeste longfunctieonderzoeken vinden plaats met behulp van
een spirometer. Dit is een apparaat waarin de patiënt via een
mondstuk lucht in- en uitademt. De patiënt krijgt hierbij een
klemmetje op de neus om door de neus ademen te voorkomen. Op deze
manier vindt via een computer registratie plaats van diverse
metingen van de in- en uitgeademde lucht.
De longfunctieonderzoeken zijn meestal niet pijnlijk en worden
niet als belastend ervaren. Een longfunctieanalist(e) begeleidt het
gehele onderzoek en geeft de nodige instructies.