Pathologie betekent ziekteleer en bestudeert het ontstaan en het
verloop van ziekten. Om dit te kunnen doen, onderzoekt de
pathologie menselijk weefsel en/of cellen. Dit onderzoek leidt tot
een diagnose op basis waarvan een behandeling kan worden
geadviseerd.
De patholoog gebruikt diverse technieken om patiëntenmateriaal,
zoals weefsel en lichaamsvochten, te onderzoeken. Deze technieken
variëren van een inspectie met het blote oog tot een microscopisch
geavanceerd onderzoek.
Alle organen
Het patiëntenmateriaal dat wordt aangeleverd bij de afdeling
pathologie, varieert van losse cellen (zoals een
baarmoederhalsuitstrijkje of een cytologische punctie) tot stukjes
weefsel, die afkomstig kunnen zijn van vrijwel alle organen van het
lichaam.
De gemiddelde onderzoeksduur bedraagt 3 werkdagen, met
uitzondering van speciale onderzoeken.