Carpale-tunnelsyndroom

Wat is het

Het carpale-tunnelsyndroom (CTS) is een verzameling van klachten veroorzaakt door een beknelling van de middelste armzenuw (de nervus medianus) in het verloop van de carpale tunnel (afbeelding 1). De carpale tunnel is een nauw kanaal dat wordt gevormd door de polsbotjes aan de ene kant en een stevig peesblad aan de andere kant. Het ligt tussen de pink- en duimmuis aan het begin van de handpalm. In deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en de middelste armzenuw.

1_CTS_2

Afbeelding 1: schematische voorstelling van de carpale tunnel met daarin de middelste arm zenuw.

Klachten

De verschijnselen bestaan onder andere uit gevoelloosheid, een tintelend gevoel in de hand en vingers. Meestal specifiek ter plaatse van de palmzijde van de duim, de wijs- en middelvinger (afbeelding 2). Pijn met uitstraling naar de onderarm of schouder kan aanwezig zijn. Vaak treden de klachten vooral 's nachts op, maar ook overdag kunt u er last van hebben tijdens diverse bezigheden zoals fietsen, autorijden en computeren. Soms bemerkt u een minder zeker of onhandig gevoel bij het vastpakken van voorwerpen of heeft u de neiging om dingen te laten vallen. In ernstige gevallen kan het gevoel permanent minder zijn en kunnen de spieren van de duimmuis langzaam in omvang afnemen waardoor de kracht bij het knijpen vermindert.

2_CTS_1

Afbeelding 2: het gebied met veranderd gevoel bij het carpale-tunnelsyndroom.

Oorzaak

De carpale tunnel is nauw en de zenuw is erg gevoelig voor beknelling en verhoogde druk. De beknelling van de zenuw wordt meestal veroorzaakt door zwelling van het bindweefsel rond de pezen. Bij zwelling van het bindweefsel kunnen hormonen een rol spelen. Zo treedt het regelmatig op tijdens de zwangerschap en in de overgang. Ook kan het bindweefsel rond de pezen zwellen door reuma en forse overbelasting. Daarnaast kan de tunnel vernauwd zijn door standafwijking na een polsbreuk. Het carpale-tunnelsyndroom komt vaker voor bij vrouwen en bij mensen met suikerziekte (diabetes mellitus).

Behandeling en Operatie

Op grond van de klachten en aanvullend lichamelijk onderzoek kan de diagnose vaak al gesteld worden. Eventueel kan een zogenaamd EMG (electromyografie) onderzoek of echografisch onderzoek worden verricht ter nadere bestudering van de mate van irritatie en beklemming van de zenuw.

Doel van de behandeling is om de druk op de zenuw te verminderen. Dit kan op diverse manieren, een operatie is niet altijd noodzakelijk. Soms kan worden afgewacht als klachten van voorbijgaande aard zijn (bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap). Door het gebruiken van een spalk waarbij de pols in een gestrekte stand wordt gehouden, kan de druk op de zenuw worden verminderd. Het dragen van een spalk tijdens de nacht kan de symptomen, die de slaap verstoren, voorkomen. Een corticosteroïdeninjectie kan bijdragen aan symptoomverlichting, omdat het de zwelling rond de zenuw soms kan verminderen. Wel moet u er rekening mee houden dat de pijnklachten na de injectie één dag versterkt aanwezig kunnen zijn.

Bij ernstige klachten of wanneer bovenstaande maatregelen geen effect hebben, kan een operatie worden verricht om meer ruimte voor de zenuw te creëren. De druk op de zenuw wordt verminderd door middel van het doorsnijden van het stevige peesblad dat de bovenkant van de tunnel vormt. Hierdoor wordt de ruimte in de tunnel vergroot en de druk op de zenuw verlaagd. Deze zogeheten 'release' van de carpale tunnel gebeurt via een huidsnede (incisie) aan de handpalmzijde tussen de pink- en duimmuis.

De poliklinische operatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. Na de operatie krijgt u een drukverband om de hand en worden de hand en arm gesteund in een draagdoek. Wij adviseren deze twee dagen te dragen. Het is goed als u de vingers al vroeg na de operatie begint te bewegen. Dit voorkomt dat ze stijf worden en het vermindert de zwelling. Het verband en de hechtingen worden na 10 tot 12 dagen verwijderd. De gevoelloosheid en het tintelende gevoel zijn meestal snel verdwenen, soms duurt het langer. Het kan enkele maanden duren voordat de knijpkracht in de hand en de pols weer volledig terug is.

Operatie risico's

Zoals bij alle operaties kunnen complicaties als wondinfectie of nabloeding optreden. De kans is erg klein en de meeste complicaties zijn goed te behandelen. Het optreden van dystrofie ofwel CRPS (Chronisch Regionaal Pijn Syndroom) is zeldzaam. Vroegtijdige onderkenning en behandeling is gewenst om functiestoornissen te voorkomen.

Een specifieke complicatie bij een operatie van een carpale-tunnelsyndroom is dat de zenuw (of deel of aftakking ervan) tijdens de operatie kan worden beschadigd. Dit is echter uitermate zeldzaam, operatief herstel kan dan noodzakelijk zijn.

Een andere specifieke complicatie is dat na de operatie het litteken in de handpalm weken of maanden gevoelig kan blijven (zogenaamde 'pillar pain').

In ernstige gevallen van het carpale-tunnelsyndroom kan het voorkomen dat de klachten niet geheel verdwijnen of weer terugkomen. Een hernieuwde operatie kan noodzakelijk zijn.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u een afspraak maken op het Haga Hand- en Polscentrum of de polikliniek Orthopedie via nummer 070 - 2106398.

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)