SL laesie

Wat is het

Een SL laesie is een scheur in de band (ligament) tussen het scheepvormig polsbotje (scaphoideum) en het maanvormig polsbotje (lunatum), oftewel een scheur in het scapholunaire ligament (afbeelding 1).

De pols is een complex gewricht en bestaat uit meerdere botten. De pols wordt gevormd door de radius (spaakbeen) en de ulna (ellepijp) in de onderarm en acht polsbotjes (handwortelbotjes). De polsbotjes zijn onderling verbonden met banden (ligamenten). Als de pols beweegt zullen deze botjes, omdat ze met ligamenten met elkaar verbonden zijn, gelijkmatig en als ketens bewegen.

Sl Laesie

Afbeelding 1: de botten die de pols vormen en de banden (ligamenten) tussen de polsbotjes.

Het ligament tussen het scaphoideum en lunatum (het SL ligament), is een van de belangrijkste ligamenten ter behoud van een normaal bewegingspatroon van de polsbotjes en ter behoud van een normale stabiliteit van de pols. Bij een scheur van het SL ligament zal het scaphoideum voorover willen kantelen en het lunatum achterover. De botjes zullen ook uit elkaar bewegen. Naast klachten bij gebruik van de pols leidt dit ook tot een versnelde slijtage van de pols, een slijtage die reeds binnen enkele jaren kan optreden. Het is dus van groot belang om het ligament te herstellen en het abnormaal bewegingspatroon te corrigeren.

Oorzaak

Het SL ligament kan scheuren door een val op een overstrekte pols. Het kan als geïsoleerd letsel optreden maar het kan ook optreden in combinatie met een ander bandletsel of een polsfractuur.

Klachten

Pijn ter plaatse van de ruimte tussen het scaphoideum (scheepvormig bot) en het lunatum (maanvormig bot) is meestal aanwezig. De pijnklachten nemen toe bij achteroverbewegen van de pols en bij belasten, zoals knijpen en wringen. Bij het bewegen van de pols of het leveren van kracht is vaak een hoorbare en pijnlijke knap in de pols aanwezig.

De klachten zijn vaak direct na de val aanwezig, maar kunnen ook na verloop van tijd ontstaan als de omliggende banden door overbelasting zijn opgerekt.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld middels lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Specifieke provocatietesten kunnen de abnormale beweeglijkheid van het scaphoideum ten opzichte van het lunatum goed beoordelen en zijn zeer waardevol. Aanvullend wordt nog röntgenonderzoek verricht en soms ook MRI onderzoek. Bij twijfel over de aanwezigheid van een SL laesie en ter beoordeling van eventueel bijkomend ander bandletsel of reeds ontstane artrose, wordt vaak nog een kijkoperatie (artroscopie) van de pols verricht (zie pols artroscopie). Hierna kan een behandelplan op maat worden gemaakt.

Behandeling

De behandeling is operatief. Het is niet mogelijk om de door een SL laesie ontstane instabiliteit van de pols te behandelen met spierversterkende oefentherapie zoals bij vormen van instabiliteit van de knie en schouder. Er zitten namelijk geen spieren vast op de polsbotjes die de functie van de banden tussen de polsbotjes kunnen overnemen.

Er zijn diverse behandelmethoden mogelijk, afhankelijk van o.a. de tijdsduur na het ontstaan van het letsel, de bevindingen bij aanvullend onderzoek en de bevindingen bij artroscopie van de pols.

Binnen enkele weken na de val en het ontstaan van de SL laesie kan het ligament nog worden gehecht. Meestal is het ligament afgescheurd van het scaphoideum (of lunatum) en kan het ligament middels botankers opnieuw aan het scaphoideum (of lunatum) worden vastgemaakt.

Na meer dan enkele weken na het ontstaan van het letsel of indien het ligament halverwege gescheurd is, is hechten van het ligament of opnieuw vastmaken van het ligament aan een van de polsbotjes niet meer mogelijk. Er zal dan een reconstructie van de band worden verricht met behulp van een deel van een buigpees van de pols. Wij gebruiken de Brunelli plastiek.

Wanneer tijdens de kijkoperatie van de pols blijkt dat reeds enige slijtage (artrose) in de pols is ontstaan, is een Brunelli plastiek niet meer zinvol. Klachten ten gevolge van de artrose zullen namelijk niet verdwijnen na reconstructie van het SL ligament. Er moet dan worden gekeken naar andere behandelmethoden. Een proximale rij carpectomie (PRC) waarbij de eerste rij polsbotjes (scaphoideum, lunatum en triquetrum) worden verwijderd, behoort dan tot de mogelijkheden. Een andere mogelijkheid is het gedeeltelijk vastzetten (artrodese) van de pols, een LCTH dese.

Alle methoden hebben specifieke voor- en nadelen. In overleg met de patiënt wordt de meest geschikte operatie gekozen.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u een afspraak maken op het Haga Hand- en Polscentrum of de polikliniek Orthopedie via nummer 070 - 2106398.

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)