Correctie standafwijking

Inleiding

De pols is een complex gewricht en bestaat uit meerdere botten die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. De pols wordt gevormd door het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) in de onderarm en acht polsbotjes (handwortelbotjes) (afbeelding 1). Aangezien al deze botten ten opzichte van elkaar kunnen beweging is de pols in feite opgebouwd uit meerdere gewrichten. Het gewricht met aan de ene kant het spaakbeen en de ellepijp en aan de andere kant de polsbotjes is belangrijk voor het kunnen buigen en strekken van de pols. Het gewricht tussen het spaakbeen en de ellepijp (het distale radio ulnaire gewricht) zorgt voor het kunnen draaien van onderarm en pols.

OT_radius 1___RD_2

Afbeelding 1: schematische voorstelling van het polsgewricht. De blauwe gestippelde lijn is het gewricht tussen spaakbeen en ellepijp enerzijds en polsbotjes anderzijds. De blauwe lijn met symbolen *** is het gewricht tussen spaakbeen en ellepijp.

Na een polsbreuk, een breuk van het spaakbeen en/of ellepijp, kunnen de botuiteinden vastgroeien in een abnormale stand (een malunion). De typische standafwijking na een dergelijke breuk is een verkorting en hoekstand van het spaakbeen. Hierdoor passen de gewrichtsoppervlakken van het polsgewricht (zie afbeelding 1) niet meer goed op elkaar. Dit leidt tot pijn, functieverlies en beperkte beweeglijkheid. De afwijkende stand van de pols is vaak ook zichtbaar. Herstel van de afwijkende stand kan alleen door middel van een operatie. Middels een zogenoemde corrigerende osteotomie ofwel een correctie-osteotomie.

Korte omschrijving

Een correctie osteotomie is het corrigeren van een standafwijking door middel van het doorzagen en opnieuw zetten van een bot. Hierbij wordt de verkorting en hoekstand gecorrigeerd, zodat weer een normale stand en een passend gewricht wordt verkregen (afbeelding 2).

De gecorrigeerde stand wordt vastgezet met metalen pinnetjes of een titanium plaatje met schroeven (afbeelding 3). De lege ruimte, ontstaan na correctie van de stand, wordt vaak opgevuld met bot uit de bekkenkam.

2OT_radius _AAOS_5bkopie

Afbeelding 2: A; standafwijking pols (het spaakbeen) na breuk, stippel lijn is plaats oude breuk en blauwe pijlen geven zaagvlak voor correctie-osteotomie aan. De blauwe lijn is de centrale as van het spaakbeen (is normaal recht). B; stand pols na correctie-osteotomie met plaatsen van bot uit bekkenkam.

Schermafbeelding _2016_02_18_om _142123

Afbeelding 3: röntgenfoto's van voor en na de correctie-osteotomie van de pols (het spaakbeen) en rechts een afbeelding van het gebruikte titanium plaatje. In de linker röntgenfoto is met een witte lijn en pijlen de plaats van de oude breuk aangegeven. In de rechter röntgenfoto is met twee witte lijnen en een pijl het ingegroeide bottransplantaat aangegeven. De blauwe lijn is de centrale as van het spaakbeen (is normaal recht).

Reden van operatie

Standafwijking van de pols na een breuk (of door een groeistoornis) die gepaard gaat met klachten. De klachten kunnen zijn: pijn, verminderde beweeglijkheid, verminderde kracht en gevoel van instabiliteit van de pols bij belasten. Wat betreft de verminderde beweeglijkheid is met name het draaien van de onderarm en pols vaak sterk verminderd en geeft dit problemen in het dagelijks leven

Een andere reden om te opereren is om te voorkomen dat er vroegtijdige slijtage (artrose) van de pols optreedt. Met andere woorden om te voorkomen dat er op termijn klachten ontstaan. Door de standafwijking kunnen bepaalde delen van het polsgewricht abnormaal zwaar worden belast, waardoor vervroegde slijtage kan optreden.

Indien er reeds uitgebreide artrose in het polsgewricht aanwezig is, is een correctie-osteotomie mogelijk minder of niet meer zinvol. Een ander soort operatie kan dan worden overwogen .

Operatie

Vooraf aan de operatie wordt u opgenomen op de afdeling. Mogelijk blijft u na de operatie een nacht in het ziekenhuis. De operatie vindt plaats op een operatiekamer en gebeurt onder plaatselijke verdoving van de arm of onder algehele verdoving (narcose). De plaatselijke verdoving van de arm gebeurt middels een prik in de oksel of onder het sleutelbeen. Vooraf aan de operatie wordt antibiotica gegeven om ontstekingen te voorkomen.

Operatie techniek

De operatie wordt bij voorkeur verricht middels een huidincisie aan de onderkant (handpalmzijde) van de pols. Via de gemaakte incisie wordt het uiteinde van het spaakbeen en de plaats van de oude breuk vrijgelegd. Het spaakbeen wordt doorgezaagd ter plaatse van de oude breuk. Het bot wordt opnieuw gezet (gereponeerd) zodat een normale stand van het bot en de pols wordt verkregen (afbeelding 2). Met het röntgenapparaat wordt deze stand gecontroleerd. Vaak moet het bot iets worden verlengd. De holte die hierdoor ontstaat, wordt opgevuld met bot uit de bekkenkam van de patiënt (afbeelding 2). Voor het verkrijgen van dit bot wordt een extra huidsnede gemaakt van circa 4 cm over de bekkenkam. De nu verkregen stand wordt vastgezet met een titanium plaatje en schroeven (afbeelding 3), zodat tijdens het proces van genezing de stand niet opnieuw kan verslechteren. De wond wordt meestal gehecht met oplosbare hechtingen. Na de operatie wordt een gips om de onderarm en pols aangebracht, duim en vingers zitten niet in het gips.

Na de operatie

Na de operatie blijft u eventueel een nacht in het ziekenhuis. Er kan dan goede pijnstilling worden gegeven en er is goede controle van de postoperatieve zwelling mogelijk. U moet na de operatie meteen beginnen met het bewegen van de vingers. Hiermee voorkomt u dat ze stijf worden en het vermindert de zwelling van de pols die door de operatie is ontstaan. Ook het hoog houden van de pols vermindert de zwelling. De dag na de operatie begint u met het bewegen van de elleboog en het draaien van de onderarm.

Nabehandeling en resultaat

Na de operatie heeft u een gips om de onderarm en pols, duim en vingers zitten niet in het gips. Na circa 5 dagen komt u terug op de polikliniek en krijgt u een lichter gips.

Twee tot drie weken na de operatie wordt het gips verwijderd. Een afneembare spalk (brace) wordt gemaakt en handtherapie wordt voorgeschreven. Onder begeleiding van de handtherapeut/fysiotherapeut worden oefeningen gedaan. De eerste oefeningen zijn vooral om de pols beweeglijker te maken en de vingers weer goed te laten buigen en strekken. Maar ook het draaien van de onderarm wordt uitgebreid geoefend. Na zes tot acht weken, als het röntgenonderzoek voldoende botgenezing toont, mag met krachttraining worden begonnen.

Na drie maanden is de pols meestal zodanig hersteld, dat de meeste werkzaamheden kunnen worden hervat. De pijn is duidelijk verminderd, in enkele gevallen zijn nog milde pijnklachten aanwezig. De kracht in de hand en pols zal in de maanden erna en gedurende het eerste jaar zeker nog verder toenemen.

Uiteindelijk zijn de kracht en beweeglijkheid meestal duidelijk verbeterd ten opzichte van voor de operatie. De grootste winst zit vaak in het beter kunnen draaien van pols en onderarm. Enige restklachten en beperkingen kunnen wel aanwezig blijven. Het uiteindelijke resultaat hangt o.a. ook af van het feit of er naast de standafwijking sprake is beschadiging van gewrichten of banden.

Na de operatie is er geen of nog minimaal zichtbare standafwijking aanwezig. Het plaatje dat gebruikt is voor het vastzetten van de gecorrigeerde stand dient zelden verwijderd te worden, aangezien het meestal geen klachten geeft.

Risico's

Zoals bij alle operaties kunnen complicaties als wondinfectie en nabloeding optreden. De kans is echter klein en ze kunnen vrijwel altijd goed worden behandeld. Het optreden van dystrofie ofwel CRPS (Chronisch Regionaal Pijn Syndroom) is zeldzaam en moet vroegtijdig worden behandeld om functiestoornissen te voorkomen.

Een specifieke complicatie van een correctie-osteotomie is het niet vastgroeien van het bot of het optreden van standverlies tijdens het vastgroeien. Dit treedt zelden op, maar als het gebeurt, moet de operatie opnieuw worden verricht.

Het kan voorkomen dat de stand van de pols niet volledig is gecorrigeerd door de operatie. Echter, de resterende standafwijking is meestal slechts minimaal en heeft weinig effect op het resultaat.

Tot slot

Voor meer informatie kunt u een afspraak maken op het Haga Hand- en Polscentrum of de polikliniek Orthopedie via nummer 070 - 2106398.

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)