Enkelartrose

Artrose is een aandoening van het kraakbeen in gewrichten. Bij enkelartrose is sprake van slijtage in het enkelgewricht.

In een gewricht komen twee of meer botten samen. Die botten zijn bedekt met een laagje glad kraakbeen, waardoor ze soepel kunnen bewegen. Op zich is het normaal dat met toenemende leeftijd het kraakbeen in een gewricht van dikte en samenstelling verandert.

Maar artrose betekent overmatige slijtage van het kraakbeen. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig en/of het kraakbeen verdwijnt helemaal. Het lichaam kan dit niet meer repareren.

De enkel
De enkel is het gewricht tussen onderbeen en achtervoet; dit wordt ook het bovenste spronggewricht genoemd. Het onderbeen wordt gevormd door het scheenbeen en het kuitbeen. Aan de onderzijde vormen het scheenbeen en kuitbeen samen de enkelvork. De enkel is het gewricht tussen deze enkelvork en het sprongbeen.

Klachten

  • pijn bij (het starten van) beweging
  • (ochtend) stijfheid
  • pijn in rust
  • zwelling van de enkel
  • bewegingsbeperking
  • standsafwijking

Oorzaken

Er zijn globaal drie oorzaken van enkelartrose:

1. Het kan ontstaan na een andere aandoening, zoals een botbreuk (enkelfractuur) of instabiliteit van de enkelbanden na veelvuldig zwikken. Het kraakbeen kan rechtstreeks beschadigd raken, of bv. door een andere manier van bewegen extra snel slijten. Dit heet 'posttraumatische artrose' en kan jaren na die andere aandoening alsnog optreden.

2. Een ontstekingsreactie van het gewricht kan het kraakbeen aantasten, bv. bij reumatoïde artritis (reuma). Ook hierdoor wordt de kraakbeenlaag op het botuiteinde dunner of de laag verdwijnt geheel. Dit kan op iedere leeftijd voorkomen. Meestal worden beide enkels/voeten aangetast. De kans bestaat dat ook in andere gewrichten artrose ontstaat.

3. De kraakbeenlaag van het gewricht slijt door onbekende oorzaak. Hierdoor wordt deze laag met kraakbeen op het botuiteinde dunner. Uiteindelijk komt het onderliggende bot (gedeeltelijk) bloot te liggen. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd of ouder.

Diagnose

De orthopedisch specialist stelt de diagnose aan de hand van de klachten, de voorgeschiedenis en lichamelijk onderzoek. Een röntgenfoto kan de diagnose bevestigen, of andere afwijkingen aantonen. Een MRI-scan van de enkel is meestal niet nodig. Soms wordt een CT-scan gemaakt om dichtbij gelegen gewrichten, zoals het onderste spronggewricht, óók op artrose te beoordelen.

Behandeling

Niet-operatief
In eerste instantie kiezen we voor een behandeling met o.a.:

  • pijnstillers en ontstekingsremmers om de zwelling te verminderen. Of een injectie in het gewricht met corticosteroïden.
  • gewichtsbeperking om de belasting op de gewrichten te verminderen
  • fysiotherapie
  • een stok om makkelijker te kunnen lopen

In het uiterste geval kunnen op maat gemaakte schoenen, bv. met een harde zool die de afwikkeling van de voet vergemakkelijkt voorgeschreven worden.

Het effect van kraakbeenherstel bevorderende middelen als glucosamine (tabletten) en hyaluronzuur (injecties) is (nog) niet wetenschappelijk bewezen voor enkelartrose en wordt daarom in het HagaZiekenhuis niet toegepast.

Operatief
Als niet-operatieve behandeling onvoldoende resultaat heeft, dan zijn er operatieve mogelijkheden. Welke voor u van toepassing is, hangt af van o.a.:

  • hoe ernstig het gewricht is aangedaan,
  • de mate waarin u last hebt van de aandoening,
  • de stand van de enkel/achtervoet
  • de kwaliteit van de aangrenzende gewrichten.

Soms is meer dan één soort chirurgische ingreep nodig.

Operatiemethoden

In het HagaZiekenhuis worden de volgende operatiemethoden voor enkelartrose toegepast:

  • Artroscopie met 'schoonmaken'
  • Artrodese & artroscopische artrodese ('vastzetten')
  • Prothese (kunstgewricht)

1. Artroscopie van de enkel
Bij milde tot matige enkelartrose kan het 'schoonmaken' van de enkel met een kijkoperatie (zie ook: impingement), een langdurig (3-5 jaar) gunstig effect hebben op met name de pijn. Het voordeel is dat dit een kleine ingreep is via een dagopname Nadelen zijn dat de klachten (bijna) altijd op termijn terug zullen komen, en dat duur en mate van klachtenvermindering niet goed voorspelbaar is.

Artroscopie Van De Enkel

artrose van de enkel vóór, tijdens en ná artroscopisch 'schoonmaken'

2a. Enkelartrodese
Deze ingreep heft de functie van het bovenste spronggewricht op door de botten aan elkaar vast te maken. Schroeven of soms een pen fixeren de botten in de juiste positie, totdat ze helemaal aan elkaar gegroeid zijn. Over het algemeen is deze ingreep zeer succesvol. Hoewel het gewricht niet meer normaal te gebruiken is, vermindert de pijn geheel of tenminste aanzienlijk. Hierdoor neemt uw bewegingsvrijheid toe. Ook het looppatroon wordt nauwelijks veranderd, soms zelfs verbeterd omdat de pijn verdwenen is.

Enkelartrodese
Röntgenfoto's van zij- en vooraanzicht van een enkelartrodese

2b. Artroscopische enkelartrodese

Een artroscopische enkelartrodese is een operatie waarbij de het enkelgewricht wordt vastgezet met een kijkoperatie. Voorwaarden voor een artroscopische enkelartrodese zijn:

  • Dat de stand van het bovenste spronggericht nog goed is.
  • Dat de slijtage al niet in een dusdanig stadium is dat er een scheefstand is ontstaan van het sprongbeen ten opzichte van het scheenbeen.
  • Dat u niet eerder al een artrodese of standverandering heeft ondergaan.
  • Dat in het enkelgewricht aan één van de twee zijden geen sprake is van veel botverlies is

Voor _zijaanzicht _enkel _artrodese

De operatie zelf duurt ongeveer 90 minuten. U verblijft ongeveer 3-4 uur op het operatie complex.

Enkelartrodese

Röntgenfoto's van voor- en zijaanzicht van een artroscopische enkelartrodese

Operatieprocedure
Met een artroscoop worden de laatste restjes kraakbeen verwijderd en de enkel in de juiste stand vastgezet met 2 schroeven, die via twee aparte kleine incisies aan de binnenzijde van het scheenbeen worden ingebracht. De positie van deze schroeven wordt gecontroleerd met röntgendoorlichting.

Voor een enkelartrodese wordt u meestal twee dagen opgenomen (1 nacht ziekenhuisverblijf). Dit betekent dat u de dag na de operatie naar huis zou kunnen. Bij een gewone enkel artrodese krijgt u totaal twaalf weken een onderbeengips na de operatie. Van deze twaalf weken mag u de eerste zes weken niet op het gips staan, gevolgd door zes weken gips waarmee u mag lopen. Bij een artroscopische enkel artrodese is dit totaal tien weken gips, de eerste zes weken onbelast, daarna vier weken loopgips. Gedurende de gipsbehandeling krijgt u iedere dag een fraxiparineprikje om trombose-vorming tegen te gaan.

Wat u allemaal kunt met een enkelartrodese
Twee algemene misvattingen zijn dat een enkelartrodese leidt tot een zeer mankend looppatroon en dat autorijden onmogelijk is. Dat is niet waar. Een bekende Nederlander, die een enkelartrodese heeft moeten ondergaan, is Marco van Basten. Uiteraard betekende dit het einde van zijn voetbalcarrière (die ook zijn enkelartrose veroorzaakt heeft). Maar hij loopt al jaren zo goed als normaal zonder pijn en rijdt zelf auto!

3. Enkelprothese
In sommige gevallen plaatsen we een totale enkelprothese om de klachten van enkelartrose te verhelpen. De moderne enkelprothesen die we in het HagaZiekenhuis gebruiken zijn ongecementeerd en groeien vast in het bot. De overlevingsduur van deze prothesen is gemiddeld 85% na 10 jaar. In het HAGA Ziekenhuis wordt zo'n type prothese sinds 1997 met goede resultaten geplaatst. 

In het geval dat een prothese loslaat of versleten is kunnen we een revisieoperatie doen of het enkelgewricht alsnog vastzetten. Maar dit is vaak technisch lastig en in ieder geval moeilijker dan bij een primaire artrodese.

Eneklprothese

Enkelprothese

TEP_voor _achterwaartse _R_

Röntgenfoto's van voor- en zijaanzicht van een enkelprothese.

Artrodese of prothese?
Of u in aanmerking komt voor een enkelartrodese of enkelprothese verschilt per individu. Dit hangt o.a. af van de leeftijd, stand van de enkel, oorzaak van de artrose en of de enkelartrose dubbel- of enkelzijdig is. Deze keuze maakt u in overleg met de orthopeed.

Het voordeel van een enkelartrodese is dat voor de rest van het leven de pijn van de artrose is opgelost. Het nadeel is dat de beweeglijkheid van het enkelgewricht nul is en na tientallen jaren overbelasting en slijtage van de achtervoetsgewrichten kan optreden.

Het voordeel van een enkelprothese is dat beweeglijkheid van het enkelgewricht blijft bestaan. Het nadeel is dat dit een tijdelijke oplossing is.

In het algemeen zijn met een enkelartrodese meer sporten toegestaan dan met een enkelprothese. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat hoe jonger de patiënt is, en hoe hoger het activiteiten niveau, hoe eerder gekozen wordt voor een enkelartrodese.

Mogelijke complicaties

Complicaties komen bij deze (chirurgische) behandelingen slechts weinig voor. Algemene complicaties kunnen zijn: infectie, trombose en nabloeding. Ook kan er soms een plekje met gevoelloosheid aan de voet ontstaan, omdat een huidzenuwtje verkleefd of beschadigd kan raken door de ingreep.

Specifieke complicaties van de artroscopie vindt u onder Voetballersenkel.

In een enkel geval groeien bij een enkelartrodese de botten niet goed aan elkaar. Dit maakt een heroperatie noodzakelijk. Soms is de stand van de enkel net niet optimaal.

Eventuele problemen van een enkelprothese zijn (milde) restpijn en, vooral op langere termijn, loslaten en slijten van de prothese, met noodzaak voor heroperatie.

Herstel

Artroscopie met nettoyage ("schoonmaken")
Het herstel hiervan vindt u onder 'Voetballersenkel'. De enkel kan soms langer (weken tot af en toe een paar maanden) dik blijven, omdat een artrotisch gewricht langzamer herstelt dan een voetballersenkel. De ingreep gebeurt via een dag-opname.

Open enkelartrodese
Voor een open enkelartrodese is de opnameduur 2-3 dagen. De nabehandeling van een enkelartrodese is met eerst 6 weken onbelast onderbeensgips, dus lopen met twee krukken en daarna zes weken onderbeensloopgips, totaal dus drie maanden. Deze tijd heeft de natuur nodig om de botten aan elkaar te doen groeien.

Artroscopische enkelartrodese
De opname duurt meestal twee dagen (één nacht ziekenhuisverblijf). Dit betekent dat u in principe de dag na de operatie naar huis kunt. U krijgt in totaal tien weken een onderbeengips na de operatie. Van deze tien weken mag u de eerste zes weken niet op het gips staan, gevolgd door vier weken gips waarmee u mag lopen.

Voor een enkelprothese is de opnameduur 2-3 dagen. De nabehandeling van een enkelprothese start met twee weken onbelast onderbeengips (lopen met twee krukken) en daarna 2-4 weken onderbeen-loopgips. Dit hangt af van o.a. hoe de operatie precies verlopen is, hoe stevig het bot was, of er eventueel een achillespeesverlenging is toegevoegd. De gipstijd is nodig om het lichaam de kans te geven aan de prothese vast te groeien. Na de gipstijd is er zeker zes weken fysiotherapie nodig om de beweeglijkheid van het nieuwe gewricht zo groot mogelijk te maken en spierkracht te herwinnen.

Downloads

Folder bovenste spronggewricht arthrodese
Folder Enkelprothese

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)