Enkelinstabiliteit

Wanneer de enkel een extreme kanteling ondergaat kunnen de banden uitrekken of zelfs scheuren. Dit heet een enkeldistorsie.

Enkelinstabiliteit ontstaat door het niet goed genezen van de uitgerekte of gescheurde enkelbanden of herhaaldelijk zwikken van de enkel.

Het enkelgewricht bestaat uit drie botdelen: het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en het sprongbeen (talus). De stabiliteit van de enkel wordt, behalve door de vorm van deze botten, voornamelijk bepaald door de enkelbanden aan de binnen- en buitenzijde van de enkel en tussen kuit en scheenbeen. De drie buitenbanden voorkomen dat de enkel naar voren schuift en naar binnen klapt (inversie). Meestal gaat de voet naar binnen en zakt men door de enkel naar buiten, waarbij de buitenbanden geblesseerd raken (een zgn. 'inversietrauma').

Enkelinstabiliteit _1

Kanteling en enkelbanden

(Het tegenovergestelde komt minder vaak voor omdat de binnenbanden velen malen sterker is en dan vaak het bot breekt.)

Klachten

  • Gevoel van instabiliteit op oneffen terrein en zelfs op gelijke ondergrond.
  • Vaker voorkomende verzwikkingen.
  • Pijn.
  • Een onzeker gevoel bij het lopen.
  • Zwelling.
  • Stijfheid.
  • Het gevoel dat de enkel af en toe "op slot springt".

Diagnose

De diagnose wordt vooral gesteld aan de hand van het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek van de arts. Er zal een lichamelijk onderzoek met specifieke testen gedaan worden om de stabiliteit van de enkel te bepalen. Een gewone röntgenfoto wordt gemaakt om kleine (avulsie) breuken uit te sluiten, een eventueel los stukje bot op te sporen en/of zeldzame dingen uit te sluiten.

In uitzonderingsgevallen wordt wel eens een MRI- of CT-scan gemaakt om eventueel kraakbeen letsel uit te sluiten en/of cystes (holtes) op te sporen.

Behandeling

De behandeling van een enkeldistorsie is in 1e plaats niet-operatief. In de acute fase bestaat deze uit een koelen met ijs, een steunend drukverband, hoog leggen van de enkel en rust. Afhankelijk van de ernst volgt hierna een periode van tape of softcast (flexibel loopgips). De patiënt kan hierbij volledig belasten. Het merendeel van de patiënten met een ernstige verzwikking zal hierna naar een fysiotherapeut verwezen worden en herstelt zonder rest-instabiliteit.

Functionele en mechanische instabiliteit
Bij patiënten die een blijvende instabiliteit ondervinden, moet onderscheid gemaakt worden tussen functionele en mechanische instabiliteit. Wanneer de instabiliteit functioneel is (d.w.z. de arts constateert geen slappe enkelbanden, maar de patiënt ervaart wel een zwik-neiging), bestaat de behandeling uit een revalidatieschema met spierversterkende oefeningen en propriocepsis-training (=trainen van de banden en zenuwen die de 'positie-zin' vormen). Eventueel kan een brace gebruikt worden tijdens sporten. Ook bij mechanische instabiliteit wordt in eerste instantie getracht de klachten te verbeteren met fysiotherapie.

Operatie
Soms geeft dit onvoldoende resultaat en moeten we opereren. De eerste keus van behandeling is het herstel van de normale anatomie: het terughechten en inkorten van de uitgerekte enkelbanden. In het HagaZiekenhuis wordt de Duquennoy-operatie uitgevoerd. Hierbij worden de laterale enkelbanden en gewrichtskapsel als het ware weer strakgetrokken.

Enkelinstabiliteit _2

Het doel van deze operatie is het verbeteren van de stabiliteit van de enkel. Uit onderzoek is gebleken dat gemiddeld genomen ongeveer 80- 90% van de patiënten tevreden is met het eindresultaat.

De operatie duurt ongeveer 20 min. U zult ongeveer 2-3 uur op het OK complex verblijven.

Herstel

Na de operatie krijgt u een gipsspalk gedurende 2 weken, met gips tot net onder de knie. Gedurende deze twee weken mag de enkel niet belast worden en moet u met krukken lopen. Hierna vindt controle op de gipskamer plaats en zal nog twee weken loopgips aangelegd worden, daarna twee weken 'scotchwrap', een soort flexibel gips.

Gedurende de gipsperiode is trombose profylaxe nodig. Dat wil zeggen iedere dag een injectie ter voorkoming van trombose (het vormen van bloedstolsels in het onderbeen).

Ongeveer 6 weken na de operatie zal een verwijzing naar de fysiotherapeut volgen om de beweeglijkheid, kracht en propriocepsis van de enkel te herstellen.

Niet-anatomische enkelbandplastiek
Bij uitzondering is deze ingreep toch niet voldoende om de stabiliteit te herstellen, of ontstaat er opnieuw een enkelband scheur. Dan kan er over gegaan worden tot een zgn 'niet-anatomische enkelbandplastiek'. Hierbij wordt de helft van één van de twee pezen aan de buitenkant van de enkel (de zgn. peroneuspezen) gebruikt om als nieuwe enkelband ingehecht te worden. In fuguur 3 zijn er 2 voorbeelden gegeven.

Enkelinstabiliteit _3a

Watson-Jones plastiek

Enkelinstabiliteit _3b

Evans plastiek

Mogelijke complicaties

Zoals bij alle chirurgische ingrepen is er een kleine kans op complicaties. Gelukkig komen deze slechts weinig voor. Algemene complicaties zijn infectie, trombose en nabloeding. Ook kan er soms een plekje met gevoelloosheid aan de voet ontstaan, omdat een huidzenuwtje verkleefd of beschadigd kan raken door de ingreep.

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)