Onderste spronggewricht-artrose

Artrose is een aandoening van het kraakbeen in gewrichten. Bij onderste spronggewricht-artrose is sprake van overmatige kraakbeenslijtage in het onderste spronggewricht. 

In een gewricht komen twee of meer botten samen. Die botten zijn bedekt met een laagje glad kraakbeen, waardoor ze soepel kunnen bewegen. Op zich is het normaal dat met toenemende leeftijd het kraakbeen in een gewricht van dikte en samenstelling verandert. Maar artrose betekent overmatige slijtage van het kraakbeen. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig en/of het kraakbeen verdwijnt helemaal. Het lichaam kan dit niet meer repareren.

Het onderste spronggewricht

Spronggewicht

Het onderste spronggewricht (OSG) is het gewricht tussen het sprongbeen (Talus) en het hielbeen (Calcaneus). Het functioneert met name als de 'zijwaartse' beweger in de achtervoet (naar binnen en buiten kantelen). Dat is belangrijk om je aan te passen aan oneffenheden van de grond.

Het bovenste spronggewricht (zie ook Enkel slijtage) is met name van belang voor de voor- achterwaartse buiging. Dit is belangrijk voor het afwikkelen van de voet en om goed af te kunnen zetten.

Oorzaken

Er zijn globaal vier oorzaken:

  • Artrose kan ontstaan na een andere aandoening, zoals een botbreuk (hielbeenfractuur of sprongbeen fractuur). Het kraakbeen kan rechtstreeks beschadigd raken, of, bv. door een andere manier van bewegen, extra snel slijten. Dit heet 'posttraumatische artrose' en kan jaren na die andere aandoening alsnog optreden.
  • Bij een (ernstige) standsafwijking van de achtervoet kan ook slijtage met pijn ontstaan, bv. een ernstige platvoet of holvoet, waardoor het OSG langdurig verkeerd belast is.
  • Een ontstekingsreactie van het gewricht kan het kraakbeen aantasten, bv. bij reumatoïde artritis (reuma). Ook hierdoor wordt de kraakbeenlaag op het botuiteinde dunner. Of de laag verdwijnt geheel. Dit kan op iedere leeftijd voorkomen. Meestal worden beide enkels/voeten aangetast en de kans bestaat dat ook in andere gewrichten artrose ontstaat.
  • De kraakbeenlaag van het gewricht slijt door onbekende oorzaak. Hierdoor wordt deze laag op het botuiteinde dunner. Uiteindelijk komt het onderliggende bot (gedeeltelijk) bloot te liggen. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd of ouder.
     

Klachten

  • pijn bij (het starten van) beweging
  • (ochtend-)stijfheid
  • pijn in rust
  • zwelling van de achtervoet
  • bewegingsbeperking: het aanpassen van de voet aan ongelijk terrein is verstoord (en pijnlijk)
  • standsafwijking

Diagnose

De voorgeschiedenis en lichamelijk onderzoek zijn voor onze orthopedisch specialisten voldoende om de diagnose OSG-artrose te stellen. Een gewone röntgenfoto kan de diagnose bevestigen of andere afwijkingen aantonen.

Een MRI-scan van de enkel is meestal niet nodig. Een MRI toont met name ook de 'weke delen' (o.a. kapsel en banden). Wel wordt regelmatig een CT-scan gemaakt om dichtbij gelegen gewrichten, zoals het bovenste spronggewricht, ook op artrose te beoordelen.

Behandeling

Niet-operatief
In eerste instantie krijgt u een niet-operatieve behandeling. Deze kan bestaan uit o.a. pijnstillers en ontstekingsremmers om de zwelling te verminderen, gewichtsbeperking om de belasting op de gewrichten te verminderen, fysiotherapie, een stok om makkelijker te kunnen lopen of een injectie in het gewricht met corticosteroïden (ontstekingsremmende injectie). In het uiterste geval kunnen op maat gemaakte schoenen voorgeschreven worden.

Het effect van kraakbeenherstel bevorderende middelen als glucosamine (tabletten) en hyaluronzuur (injecties) is (nog) niet wetenschappelijk bewezen voor OSG-artrose. Daarom worden deze middelen in het HagaZiekenhuis niet toegepast.

Wanneer uw klachten niet reageren op de genoemde behandelingen, zijn er operatieve mogelijkheden.

Operatief
Onze orthopedisch specialisten voeren een operatie (nl. een zgn. 'artrodese') uit waarbij de twee botten van het onderste spronggewricht vastgezet worden. Nadat het kraakbeen van het onderste spronggewricht geheel is uitgeruimd worden de botten met één of twee schroeven in de juiste positie vastgezet. Hierdoor wordt de functie van het onderste spronggewricht opgeheven.

Resultaat

Over het algemeen is deze ingreep zeer succesvol. Hoewel het gewricht niet meer normaal te gebruiken is, vermindert de pijn geheel of tenminste aanzienlijk. De functie van het onderste spronggewricht ('zijwaartse beweging') wordt opgeheven. Daardoor kunt u na de operatie wel meer moeite hebben met lopen op een ongelijke ondergrond (bv. bos of strand). Meestal is deze beweeglijkheid van de achtervoet echter al voor de operatie beperkt door de beschadigde gewrichtsvlakken.

Osg _2002

Foto voor de operatie

Osg _3002

Foto na de operatie

Mogelijke complicaties

Zoals bij alle chirurgische ingrepen is er een kleine kans op complicaties. Gelukkig komen deze slechts weinig voor. Algemene complicaties zijn infectie, trombose en nabloeding. Ook kan er soms een plekje met gevoelloosheid aan de voet ontstaan, omdat een huidzenuwtje verkleefd of beschadigd kan raken door de ingreep.

In een enkel geval groeien bij een OSG-artrodese de botten niet goed aan elkaar. Dan is her-operatie noodzakelijk. Soms is de stand van de achtervoet net niet optimaal.

Revalidatie

Voor een OSG-artrodese is de opnameduur meestal 1 of 2 dagen. De nabehandelingsperiode van deze ingreep is: eerst vier weken onbelast onderbeensgips (lopen met twee krukken) en daarna vier weken onderbeensloopgips. Deze acht weken hebben uw botten nodig om aan elkaar te groeien.

Gedurende de gipsperiode krijgt u anti-trombose profylaxe (prikjes om het risico op een trombosebeen te verkleinen).

Andere indicatie OSG-artrodese

Naast bovenstaande 'geïsoleerde' artrose van het onderste spronggewricht als reden voor een OSG-artrodese kan de ingreep ook onderdeel zijn van een meer uitgebreide operatie. (Zie ook: Triple artrodese.)

Downloads

Folder Onderste spronggewricht artrodese

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)