Pijnbestrijding met een PCA pomp

PCA staat voor Patient Controlled Analgesia en betekent patiënt gecontroleerde pijnbestrijding. Kort gezegd is hiermee zelf de pijnstilling af te stemmen naar eigen behoefte.

Na de operatie wordt de PCApomp op de verkoeverkamer (uitslaapkamer) of Chirurgische Short Stay (CSS) aangesloten op de infuusnaald. Hier wordt ook de instructie over de bediening van de pomp gegeven. De anesthesioloog bepaalt de instelling van de PCApomp.
Hoe lang de PCApomp blijft aangesloten is afhankelijk van de operatie en pijnbeleving van de patiënt.

Zelf pijnstilling toedienen

Bij pijn kan de patiënt door een druk op de toedieningsknop zichzelf (een vooraf ingestelde) hoeveelheid pijnstilling toedienen. Als dit niet voldoende is kan na enkele minuten opnieuw de toedieningsknop worden ingedrukt. Zo kan de patiënt de pijnstilling zelf regelen naar behoefte. De PCApomp registreert elke dosis en heeft een beveiliging voor overdosering. Wanneer ondanks (regelmatig) drukken de patiënt toch een niet acceptabele pijnscore heeft, wordt met de pijnconsulent of de anesthesioloog overlegd.

Opiaten

De PCApomp is gevuld met Morfine of Piritramide (Dipidolor®). Dit zijn opiaten met een sterke pijnstillende werking. Pijnstilling via het infuus werkt snel omdat dit direct in de bloedbaan wordt opgenomen. Hierdoor kan een lichte bloeddrukdaling ontstaan.
Door het opiaat kan sufheid, slaperigheid of misselijkheid optreden. Tegen de misselijkheid kan medicatie worden gegeven.

Evaluatie

Dagelijks evalueert de pijnconsulent of anesthesioloog met de patiënt de pijnbeleving. Na het stoppen van de  PCApomp volstaat meestal de basismedicatie (Paracetamol, Naproxen en/of Tramadol of Oxycodon).

Contact

Anesthesiologie (verdoving) 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 1918