Platvoet

Platvoet is er in veel variaties, maar altijd is het boogje aan de binnenkant van de voet ingezakt of verdwenen. De vormafwijking van dit zgn. 'mediale gewelf' kan voor klachten zorgen. 

Terwijl op kinderleeftijd een platvoet een normaal beeld is, kan een platvoet bij volwassenen klachten geven. Dat is met name zo als de voet eerst normaal was en in de loop van de jaren steeds platter is geworden (de zgn. 'verkregen platvoet').

Platvoet 1002001

Oorzaak

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen een fysiologische platvoet en pathologische platvoet.

Fysiologische platvoet
Fysiologische platvoet is een normaal verschijnsel bij de ontwikkeling van de voet. Op kinderleeftijd hoort dit zelfs: het mediale voetgewelf moet zich nog ontwikkelen. Als het kind op zijn tenen gaat staan, of als men de grote teen omhoog brengt bij de staande voet, ontstaat er de normale holling aan de binnenkant van de voet.

Pathologische platvoet
Bij een pathologische platvoet blijft de voet altijd plat. Bij lichamelijk onderzoek door de orthopeed blijkt er stijfheid in de achter/middenvoet. Zo'n platvoet kan door meerdere afwijkingen veroorzaakt worden. Bij kinderen en jonge volwassene kan sprake zijn van een vergroeiing tussen twee botten in de achtervoet (de zgn. coalitie).

Bij de volwassenen en oudere patiënt wordt een platvoet vaak veroorzaakt door:

  • reumatoïde artritis
  • artrose (= slijtage) van de achter en/of middenvoet (bv na een trauma of met onbekende oorzaak)
  • neurologische aandoeningen (bv spasticiteit of verlammingen)
  • neuropatische inzakking (de zgn. 'Charcot voet')
  • degeneratieve inzakking bij een niet goed functionerende pees aan de binnenkant van de enkel/voet, (het zgn. Posterior Tibial Tendon Dysfunction syndroom, ook wel: PTTD).

Klachten

Meestal is er sprake van pijn aan de binnenzijde van de enkel/voet en soms ook aan de buitenkant van de enkel, als de voet erg scheef staat. Dan kan nl. het hielbot tegen de onderkant van de buitenenkel klemmen. Verder bestaan er vaak klachten van moeheid aan de binnenkant van de voet, zwelling bij (normaal) belasten en het scheef afslijten van het schoeisel. Ook kan de voet in de loop der jaren steeds platter/schever worden. In geval van PTTD merkt men soms krachtsverlies op bij de afzetfase van het lopen.

Behandeling

Niet-operatief
Verreweg de meeste platvoeten kunnen behandeld worden zonder operatie. Bij een kind met een fysiologische platvoet is zelfs geen behandeling nodig.

Bij de volwassenen met platvoetklachten behandelen we de onderliggende ziekte. Voorbeelden zijn:

  • goed instellen van reuma medicatie
  • bij PTTD: pijnstillende en ontstekingsremmende medicijnen en kortdurende gips-immobilisatie
  • het aanpassen van de belasting (gewichtsreductie, activiteiten-vermindering)
  • voorschrijven van steunzolen of een wig, voet-enkel-orthese of zelfs orthopedische schoenen.

Schoen Platvoet

Net als bij de holvoet geldt: hoe ernstiger de platvoet, des te groter/hoger de steunzool moet zijn. Als deze niet meer samen met de voet in een normale confectie schoen past, kan het dragen van orthopedisch schoeisel nodig zijn. Dit is niet voor iedereen een makkelijk vol te houden behandeling. Rechts en onderstaand verschillende soorten orthopedisch schoeisel.

Operatief
Als de niet-operatieve behandeling onvoldoende effect heeft, of niet meer volgehouden kan worden, zijn er operatieve mogelijkheden. De operaties om een platvoet te corrigeren kunnen over het algemeen met een korte opname (twee dagen) gebeuren. Welke operatie er gedaan moet worden hangt uiteraard af van de oorzaak van de platvoet.

Platvoetreconstructie
Als er nog goede beweeglijkheid van de achtervoet bestaat, kan voor een operatie gekozen worden die de belangrijke gewrichten in de achtervoet spaart. Dit is nogal eens het geval bij een platvoet op basis van PTTD. Hierbij wordt een combinatie van peesverplaatsingen of peesversterkingen met standsveranderingen van botten gedaan. Deze zgn. platvoetreconstructie is een operatie die slechts in een paar klinieken in Nederland verricht wordt.

Platvoet2Platvoet3Platvoet Rontgen

Triple artrodese

Als er een pijnlijke, stugge platvoet is - bv. op basis van artrose of reumatoïde artritis of een vergevorderde, lang bestaande afwijking door PTTD - kiezen we er meestal voor de gewrichten in de achtervoet in een verbeterde stand vast te maken, de zgn. Triple artrodese.

Platvoet 9002001

Ernstige, stugge platvoet links Röntgenfoto zijaanzicht

Platvoet 10002001

Situatie na triple artrodese en Röntgen foto na triple artrodese

Nabehandeling

De nabehandeling is vrij lang en bestaat meestal uit zes weken een onbelast onderbeensgips en daarna zes weken een onderbeens loopgips. Hierna volgt nog enkele weken fysiotherapie, met name oefentherapie. Bij de fysiotherapie leert u de verplaatste pezen weer te gebruiken, kracht terug te krijgen in de geopereerde voet/enkel en te lopen met een normaal afwikkelpatroon.

Resultaten

De resutaten van de platvoet operaties zijn over het algemeen goed. Bij een na-onderzoek naar de resultaten van platvoetoperaties in het HagaZiekenhuis, bleek dat 81% tot 100% van de patiënten zo tevreden was, dat ze onder dezelfde omstandigheden weer voor dezelfde ingreep zou kiezen.

Een enkele keer was het resultaat zelfs zo goed, dat er helemaal geen steunzolen of schoenaanpassingen meer nodig waren! Hoewel dit laatste niet het doel is, blijkt het meestal wel mogelijk te voorkomen dat voor de rest van het leven orthopedische schoenen gedragen moeten worden.

Uiteraard worden de voeten niet helemaal normaal, maar wel (veel) beter in functie, stand en belastbaarheid.

Mogelijk complicaties

Zoals bij alle chirurgische ingrepen is er een kleine kans op complicaties. Gelukkig komen deze slechts weinig voor. Algemene complicaties zijn infectie, trombose en nabloeding.

Specifieke complicaties bij platvoet chirurgie zijn:

  • het eventueel niet aan elkaar vastgroeien van doorgenomen botstukken en/of opgeheven gewrichten.
  • ondercorrectie. Dit kan plaatsvinden als de afwijking zo ernstig is, dat deze niet voor 100% te corrigeren is.
  • overcorrectie. Hierbij ontstaat als het ware een lichte holvoetvorm. Dit komt niet vaak voor.
  • een plekje met gevoelloosheid aan de buitenkant van de voet, omdat een huidzenuwtje verkleefd of beschadigd kan raken door de ingreep. Dit komt slechts sporadisch voor.

Contact

Orthopedie 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 6398

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 7300 (afsprakenbureau)