Transferpunt

Nazorg

Voor alle zorg die het Transferpunt regelt, geeft de patiënt schriftelijk toestemming. Dit in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP).

Welke nazorgmogelijkheden zijn er?

Onderstaande nazorgmogelijkheden regelt het Transferpunt voor patiënten:

  • Thuiszorg
  • Revalidatiezorg
  • Eerstelijns verblijf
  • Langdurig verblijf
  • Palliatief Terminale Zorg
  • Overige zaken

Twee nazorgmogelijkheden regelt de patiënt of naaste zelf:

  • Zorghotel
  • Respijtzorg (tijdelijke opname in een zorginstelling)

Thuiszorg

Aanspraak wijkverpleging
Dit betreft persoonlijke verzorging of verpleging. De indicatie wordt gesteld door de wijkverpleegkundige. Deze zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering Zvw (Zorgverzekeringswet). 

Medisch specialistische verpleging thuis (Msvt)
Dit is bijvoorbeeld complexe wondzorg, onder andere Vac-therapie of intraveneuze toediening van antibiotica. De specialist blijft bij deze zorg eindverantwoordelijk. De indicatie wordt gesteld door de transferverpleegkundige in samenspraak met de specialist. Deze zorg wordt vergoed vanuit basisverzekering Zvw.

Huishoudelijke hulp
De indicatie wordt gesteld door de gemeente waar de patiënt staat ingeschreven. De werkwijze is per gemeente verschillend. Dit wordt deels vergoed door de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en gefinancierd vanuit de gemeente.
Het Transferpunt dient de aanvraag in bij de gemeente. De patiënt betaalt een eigen bijdrage naar draagkracht. Dit wordt geïnd door het Cak.

Zorg voor kinderen
Zorg voor kinderen vanuit het ziekenhuis valt in de meeste gevallen onder de Zvw. Dit betreft meestal MSVT-zorg.
Voor medische kindzorg stelt de kinderwijkverpleegkundige een 'Zorgplan Kind&Gezin' op. De transferverpleegkundige vraagt dit aan.

Als er sprake is van vooral begeleiding (vaak bij chronische situaties en bij opvoeding) valt dit onder de Jeugdwet. Dit is een onderdeel van de Wmo. De transferverpleegkundige vraagt dit aan.

Intensieve kindzorg (Ikz)
Dit is zorg voor kinderen met ernstige medische problemen en/of beperkingen. Dit betreft een combinatie van bijvoorbeeld verpleging, persoonlijke verzorging en begeleiding. Het gaat om kinderen met een chronische aandoening maar ook kinderen met een beperkte levensverwachting die palliatief terminale zorg nodig hebben. Deze zorg valt onder de Zvw.

Revalidatiezorg

Er zijn twee soorten revalidatiezorg: Geriatrische revalidatiezorg (Grz) en Medisch specialistische revalidatie (Msr).

Geriatrische revalidatiezorg (Grz)
Dit is kortdurende, multidisciplinaire, op herstel gerichte zorg voor kwetsbare patiënten vanaf 18 jaar met meerdere zorgvragen. Na de ziekenhuisopname wordt de patiënt voor een revalidatiebehandeling opgenomen in een verpleeghuis. Na herstel gaat de patiënt weer naar huis.

De transferverpleegkundige beoordeelt de patiënt, verricht een triage en meldt de patiënt aan bij het verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde van het verpleeghuis beoordeelt de aanmelding. Deze zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering Zvw.

Medisch specialistische revalidatie (Msr)
Dit is revalidatiezorg gericht op terugkeer in het arbeidsproces. De behandelend arts bespreekt met een revalidatiearts of hiertoe noodzaak (= indicatie) nodig is.

Deze vorm van revalidatie wordt niet door het Transferpunt geregeld. Dit regelt de zaalarts met de revalidatiearts.

Eerstelijns verblijf

Bij het eerstelijns verblijf herstellen (vaak oudere) patiënten tijdelijk in een verpleeg- of verzorgingshuis omdat ze thuis nog niet goed voor zichzelf kunnen zorgen. Deze patiënten komen niet in aanmerking voor Grz, omdat er bijvoorbeeld geen (haalbare) revalidatiedoelen zijn.

Er zijn twee vormen van eerstelijns verblijf: laag complex en hoog complex. Wat betekent dit? De transferverpleegkundige beoordeelt dit en verricht een triage. Hierna wordt de patiënt door het Transferpunt aangemeld bij de verpleeginstelling. De patiënt kan een voorkeur voor een instelling aangeven. Is er geen plek, dan wordt een andere beschikbare plek gezocht.
Eerstelijns verblijf valt onder het basispakket van de Zvw.

Landurig verblijf

Dit is zorg voor kwetsbare ouderen, kinderen en verstandelijk gehandicapten die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nodig hebben in een instelling. Deze indicatie wordt eenmalig afgegeven door het Ciz. De transferverpleegkundige dient de indicatieaanvraag in bij het Ciz. De patiënt kan een voorkeur voor een instelling aangeven. Is er geen plek, dan wordt een andere beschikbare plek gezocht.
Langdurig verblijf valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz).

Palliatief terminale zorg

Palliatief terminale zorg is voor patiënten met een verwachte levensduur van maximaal 3 maanden. De zorg kan thuis geleverd worden of in een instelling. De vergoeding van de palliatief terminale zorg hangt af of de patiënt een al een bestaande Wlz-indicatie heeft. De transferverpleegkundige informeert u hierover.

Terminale zorg thuis
Meestal houdt dit 11 uur zorg per etmaal in.

In sommige situaties kan er 24 uurs thuiszorg geboden worden. Dit hangt (onder andere) af van de zorgvraag en de beschikbaarheid van de thuiszorg. Dit wordt per situatie beoordeeld door de transferverpleegkundige en de wijkverpleegkundige van de thuiszorgorganisatie die de zorg gaat leveren.

Terminale zorg in een instelling
Hiervoor kan de patiënt terecht in een hospice en een Palliatief terminale unit (Ptu).

Hospice
Een hospice is een kleinschalige omgeving in een huiselijke sfeer, een 'Bijna-Thuis-Huis'. De transferverpleegkundige beoordeelt de situatie samen met de verpleegkundige van het hospice en die stelt de indicatie vast voor de zorg die de patiënt nodig heeft.

De 'servicekosten' moet de patiënt zelf betalen. Dit verschilt per hospice (ongeveer 20-50 euro per dag). In sommige gevallen wordt er een financiële tegemoetkoming geboden vanuit de aanvullende zorgpolis.

Palliatief terminale unit (Ptu)
Dit is een aparte afdeling van een verpleeghuis, waar alleen terminale patiënten verblijven. Het Transferpunt geeft hiervoor een indicatie af of vraagt, in uitzonderlijke gevallen, een indicatie aan bij het Ciz.

Overig

Heeft de patiënt maaltijdservice, alarmering, boodschappendienst of hulpmiddelen nodig? Dit kan de transferverpleegkundige  regelen.

Hulpmiddelen
De uitleen van de meeste hulpmiddelen is ondergebracht bij de zorgverzekeringswet. Dit betekent:

  • De uitleenperiode is 13 weken. Dit kan zonodig met 13 weken worden verlengd.
  • Vandaag besteld is morgen geleverd. Bij terminale zorg kan dezelfde dag geleverd worden (zonder spoedkosten).
  • Voor alle uitleenartikelen geldt een verplichte indicatiestelling door de zorgverzekeraar.
  • (Eenvoudige) loophulpmiddelen (bijvoorbeeld elleboogkrukken of een rollator) voor zowel kort- als langdurig gebruik kunt u huren.

De patiënt of naaste kan de meeste hulpmiddelen zelf regelen via de thuiszorgwinkels (onder andere Vegro en Medipoint). Gaat het om een geplande opname? Regel het dan vooraf.
Op locatie Leyweg zit in de lichtstraat op de begane grond een vestiging van Medipoint thuiszorgwinkel.

Zorghotel

Een zorghotel is een hotel waar men kan herstellen en weer fit worden. Het is bedoeld voor mensen die na een ziekenhuisopname nog niet naar huis willen. De redenen zijn vaak van praktische aard.

De patiënt of naaste regelt zelf een plek in het zorghotel. Neem voor vergoeding, keuze zorghotel en wijze van aanmelden contact op met de zorgverzekeraar.

Respijtzorg (tijdelijke opname in een zorginstelling)

Wanneer mantelzorg uitvalt (bv. door ziekte of vakantie) en de patiënt daardoor niet veilig thuis kan wonen, dan kan de patiënt, of de mantelzorger (met  toestemming van de patiënt) zelf een indicatie bij de gemeente aanvragen. Dit kan bij het  Wmo-loket.

Voor deze opname betaalt de patiënt een eigen bijdrage naar draagkracht, berekend door het Cak.

Contact

Transferpunt 
Locatie Leyweg

Telefoon(070) 210 4080

image_3006Meer informatie
Locatie Sportlaan

Telefoon(070) 210 4080

image_3006Meer informatie
Juliana Kinderziekenhuis

Telefoon(070) 210 4080

image_3006Meer informatie