Een kijkje achter de schermen bij Oogheelkunde

04 juli 2023

Zie je minder scherp? Een opticien kan je helpen met een bril of lenzen. Is er mogelijk iets mis met de gezondheid van je ogen? Dan verwijst de huisarts je naar de polikliniek Oogheelkunde. Oogheelkunde behandelt ziekten en afwijkingen van het oog. Met medicijnen, laserbehandeling of een operatie zorgen we voor een zo goed mogelijk zicht.

(Tekst gaat verder onder de foto)


1. Naast oogartsen bestaat het oogheelkundig team uit optometristen, orthoptisten, technisch oogheelkundig assistenten (TOA’s), OK-assistenten Oogheelkunde, planners OK en secretaresses.
   

  • Optometrie betekent oogmeetkunde. Maar de optometrist doet veel meer dan het meten van de  gezichtsscherpte. Met vragen en verschillende onderzoeken ‘meet’ de optometrist de gezondheid van de ogen.
  • Met klachten als een lui oog, scheel- of dubbelzien kun je bij de orthoptist terecht. Deze specialist weet alles van de stand, het bewegen en het samenwerken van de ogen. Ook meet de orthoptist de ogen bij kinderen, omdat die nog in ontwikkeling zijn.
  • Een TOA voert oogheelkundige vooronderzoeken uit en ondersteunt de oog arts bij spreekuren en kleine ingrepen.

2. Voordat je de oogarts bezoekt, doet een TOA of optometrist vooronderzoek bij je. Welk onderzoek precies, hangt af van je klachten. Een oogdrukmeting, een gezichtsveldonderzoek of een meting met de autorefractor (zie punt 3) bijvoorbeeld.

3. Dit is zo’n autorefractor. Het meet het vermogen om scherp te stellen. Je kijkt in de machine naar een plaatje, bijvoorbeeld een huisje. Het beeld wisselt tussen scherp en wazig. De machine maakt een schatting van de oogsterkte op basis van hoe goed jouw ogen op het plaatje scherpstellen.

4. Dit is de oogarts. Aan de hand van zijn bevindingen en die van de TOA of optometrist, bepaalt hij de diagnose. Ook adviseert de arts over de beste behandeling en voert hij een operatie uit als dat nodig is.

5. De oogarts doet hier een speetlamponderzoek. Met een brede of smalle, felle lichtbundel en een microscoop ziet de oogarts delen van het oog uitvergroot. Hij kan zo de buiten- én de binnenkant goed bekijken. Zo kunnen aandoeningen als staar, glaucoom, glasvochtbloeding of netvliesloslating al vroeg ontdekt worden.

6. Dit letterbord herken je misschien: de Snellenkaart. We gebruiken de kaart om je gezichtsscherpte te meten, met hulp van de phoropter (zie punt 7).

7. Om de Snellenkaart (zie punt 6) te lezen, kijk je door deze phoropter. Het werkt als een grote bril met veel glaasjes van verschillende sterktes. Het apparaat dekt 1 oog af, terwijl we met het andere oog testen tot welke regel je de letters goed en scherp kunt lezen.

8. Vaak zijn pupilverwijdende oogdruppels nodig om het netvlies nog beter te kunnen bekijken. Hierdoor zie je tijdelijk waziger en zijn je ogen gevoeliger voor licht. De druppels werken 3 á 4 uur. Een begeleider mee naar het onderzoek én een zonnebril zijn dan handig!

Naar het overzicht